zaterdag 20 maart 2010

Ik kan geen taart eten, ik moet dringend veel oefenen

Stijn Debontridder studeert aan de Provinciale Hogeschool Limburg de richting die door ons allen wordt omschreven als de rockacademie. Stijn Debontridder (punk)rockt de ziel uit zijn lijf in toffe combo's als Second Base en the Rocket. Geert S. Simonis studeert aan de Katholieke Universiteit Leuven zoveel richtingen dat hij zelf de draad soms verliest. Geert Simonis schrijft de ziel uit zijn lijf voor elke toffe publicatie die daarom vraagt. De tweede heeft de eerste geïnterviewd en het resultaat nog uitgetypt ook.
GSS: Iedereen noemt jouw opleiding de rockacademie maar je studeert niet voor rockmuzikant.
SD: Ik studeer muziekmanagement aan de Provinciale Hogeschool Limburg. Dat is één van de drie afstudeerrichtingen van de opleiding naast muziektechniek en muziek zelf. De muziekafdeling is dan nog eens opgedeeld per instrument. Maar ik studeer de zakelijke kant van het gebeuren. Iedereen die les geeft bij ons heeft op de een of andere manier nauw te maken met muziek. Peter Houben, Peter Mestach die is recensent bij De Standaard en manager van Admiral Freebee, Gert Keunen...
GSS: Briskey.
SD: En ook de schrijver van Pop! Een halve eeuw in beweging. Dat is ook onze cursus. Goed bekeken van die mens.
GSS: Wat deed je hiervoor?
SD: Ik ben hiervoor afgestudeerd als leerkracht Nederlands, Engels en ICT aan Groep T.
GSS: Dit sluit dus meer aan bij je interesses.
SD: Absoluut. Toen ik afstudeerde aan Groep T ging juist die opleiding van start aan de PHL. Dat was perfecte timing voor mij: ik wilde sowieso nog niet gaan werken. Ik ben echt blij waar ik nu zit. Wij zijn pioniers: de opleiding kent nog veel hiaten en kinderfouten maar die worden er stilletjes aan uitgetrokken.
GSS: Het idee dat rockmuziek iets academisch is dat je kan leren, botst enigszins met het romantische beeld ervan.
SD: Absoluut. Dat erkent de richting ook. Het is ook maar een naam die ze erop plakken: rockacademie klinkt veel beter dan muziekacademie. De feel van de muziek is iets dat je niet kan leren. Als je die niet hebt als je begint dan lukt het sowieso niet.
GSS: Is die feel even belangrijk bij muziekmanagement?
SD: Je moet sowieso vertrekken van een zware liefde voor muziek. Als je niet op een of andere manier gepassioneerd en geobsedeerd bent door muziek moet je niet aan de richting beginnen.
GSS: De toelatingsproef voor de rockacademie schijnt redelijk zwaar te zijn.
SD: Die bestaat uit drie delen. Je moet eerst een portfolio indienen van al uw muzikale activiteiten van heel uw leven. Op basis daarvan nodigen ze u al dan niet uit voor een schriftelijke proef. Die bestaat uit vragen over de Belgische en internationale muziekgeschiedenis. Heel basic dingen à la wat is Trix? wat is Rifraf? T.C. Matic, vertel ons alles wat je weet. Maar ook heel gedetailleerd. Het dient ook om het kaf van het koren te scheiden. We moesten bijvoorbeeld het nummer Appetite For Destruction van de Stones analyseren.
GSS: Appetite For Destruction is een plaat van Guns N’ Roses. Bedoel je Sympathy For The Devil?
SD: Ik was helemaal in de war. We hebben Sympathy helemaal uiteen moeten halen, dat vond ik wel interessant. Daar zitten vreemde percussie-instrumenten en sitars enzo in. De laatste stap was een praktische proef. Dan moet je een probleemstelling oplossen die je krijgt van een jury.
GSS: Hoeveel volk zit er in je richting?
SD: Het richtaantal is twintig managers, tien technici en om en bij de tien muzikanten. In ons geval blijven er in het tweede jaar nog maar zeventien van de twintig over.Maar het kan ook zijn dat ze er maar tien van de twintig toelaten als de toelatingsproeven niet van het gewenste niveau zijn. Zo is er twee jaar achter elkaar maar één pianiste toegelaten terwijl het maximum per instrument vijf is.
GSS: Zijn het vooral mensen die al een diploma hebben of zijn er ook achttienjarigen die daar beginnen.
SD: Allebei. Er zijn bijvoorbeeld ook mensen die bij ons studeren die al hun sporen in de muziekwereld hebben verdiend. Dat vind ik wel treffend. Lenn Van Meeuwen bijvoorbeeld, dat is de zanger van the Rones maar die is ook stagemanager op Pukkelpop. Dat soort mannen hebben sowieso een toekomst in de muziekindustrie of ze nu studeren bij ons of niet. Ook twee van de vier mannen van Team William zitten bij ons.
GSS: Zwijg mij over Team William.
SD: Je kan niet ontkennen dat die mannen succes hebben.
GSS: Ik heb die vorige week proberen interviewen. Die hebben een half uur lang absurde shizzle zitten vertellen.
SD: Och jong.
GSS: Ik vind hun muziek niet slecht maar dat interview was een ramp.
SD: Die zitten dus ook bij ons.
GSS: Als we eens over muziek gingen praten. Ik heb het gevoel dat jij heel, heel, heel ambitieus bent. Ambitieuzer dan andere groepen in jouw scene.
SD: Dat is wel mogelijk. Ik weet dat er in mijn punkgroepjes misschien weinig toekomst zit maar op de een of andere manier wil ik wel in de muziek iets bereiken op de duur. Op het podium of naast het podium maakt niet zo veel verschil maar ik vind op het podium wel leuker. Ik heb jarenlang aan de weg getimmerd met Second Base. We hebben heel Europa afgetourd, we hebben meer CD’s uitgebracht dan de meeste punkbands in heel hun bestaan. Allemaal heel plezant maar het is geen genre dat een groot publiek kan bereiken. Ik ben bij the Rocket gegaan omdat het muziek was die ik graag wilde spelen én die de mogelijkheid had veel mensen te bereiken. Op shows van the Rocket is driemaal meer volk dan bij Second Base. Dat is een stap verder dan Second base. Niet qua muzikaal niveau maar qua doelstellingen en gedrevenheid. Langs de andere kant beseffen wij ook goed dat er even goed niets van kan komen.
GSS: Kan je Second Base en the Rocket eens aflijnen qua genre?
SD: Second Base is snelle, harde, melodieuze punkrock. Het is een three piece dus het heeft een andere dynamiek dan the Rocket. Dat is een kwintet en speelt poppunkrock. Tegenwoordig proberen we wel te spreken over poprock omdat de term punk veel mensen wegjaagt. Maar wij zijn geen sellouts met de bedoeling een miljoen platen uit te brengen.
GSS: Terwijl veel mensen in de scene liever voor de juiste dertig mensen spelen dan voor een uitverkochte zaal.
SD: Die dertig mensen zijn voor mij ook heel belangrijk maar ik wil mij daar niet toe beperken. Veel mensen zijn bang dat het geen punk meer is als ze iets doen dat meer volk zou trekken. Dat is een houding maar niet die van mij.
GSS: Je noemde de nieuwe Second Base-CD Manifesto het beste dat jullie ooit hebben gedaan.
SD: Dat moet je zeggen natuurlijk, dat leren we op de rockacademie. Het nieuwste product moet altijd het beste zijn dat je ooit hebt gedaan. Dat gezegd zijnde ben ik er ook wel van overtuigd dat Manifesto de beste CD is die wij ooit hebben gemaakt. We hebben anderhalf jaar gedaan over de voorbereiding terwijl we daarvoor anderhalve CD per jaar uitbrachten. Repetitiekot in, vijf nummers schrijven en op CD zetten. Deze keer hebben we anderhalf jaar genomen om de CD te schrijven. Op die tijd is er ook veel gebeurd bij mij persoonlijk.
GSS: De teksten zijn niet echt vrolijk.
SD: Nee maar dat is nooit bij mij. Ik schrijf het best wanneer ik niet vrolijk ben. Zo werkt het nu eenmaal bij mij. Manifesto is minder punkrock in de strikte zin. We hebben niets wereldschokkends gedaan maar we hebben er een paar akoestische gitaren bijgezwierd en een grote oude Korg gebruikt voor gekke geluiden.
GSS: Manifesto is uitgebracht op Thanks But No Thanks, je eigen label.
SD: Het is heel prompt ontstaan. Met Second Base hadden maanden voor de release van de CD gemaild naar Europese labels. Fond Of Life, een Engels-Duits label wilde onze CD doen. Die doen ook Living Daylights en Failsafe, twee van de grote Europese punkgroepen van het moment. Wij zo gelukkig als iets natuurlijk. Europese release. Joe, de grote baas van Fond Of Life heeft wel een reputatie. Die staat erom bekend veel te zeggen maar weinig te doen. Drie maanden voor de release wilde ik alles deftig op papier zetten. Een week later een mail van een paar pagina’s lang over hoe we het gingen doen maar nog geen contract. Ik vraag nog eens om dat op contract te zetten. Een week geen reactie, kan gebeuren. Zo hebben we een paar mails over en weer gebouncet. De dag voor de CD naar de drukker moest, stond alles gereed en kregen we een contract. Daar stond niks in dat we besproken hadden. Sterker nog: hij wilde dat wij geld gaven om aan zijn database met promoadressen enzo te kunnen. Volgens dat contract zou Fond Of Life enkel distributie doen en dat is geen goed idee anno 2010. We hebben dan van de ene dag op de andere een mail gestuurd: thanks but no thanks. Tijdens een nachtelijke beraadslaging hebben we beslist de CD zelf uit te brengen. We hebben ons label dan Thanks But No Thanks genoemd.
GSS: Wat is anno 2010 nog wel een goed idee? Heb je de Panorama over het geld van de Belgische rock gezien?
SD: Zwijg mij daarvan. In Panorama enzo laten ze altijd dezelfde zwartgallige types aanrukken. Volgens mij is het zelf doen op dit moment het beste idee. Basically wat we met Second Base doen. Een andere optie is digitale downloads, iTunes enzo. Al onze CD’s staan daarop en daar heb ik toch al een mooi bedrag aan verdiend. Onze generatie is de eerste die iTunes deftig leert gebruiken. Als het dan niet wordt, ben ik heel fel voorstander van onze muziek gewoon weg te geven en alles uit optredens te halen. Dan mogen mensen natuurlijk niet meer verwachten dat we een mooi fysiek product gaan afleveren. Ik ben wel een voorstander van drastische oplossingen.
Een ingekorte versie van dit interview verschijnt
volgende week in Veto.