Uw Geert Simonis heeft de afgelopen week wat afgecommuniceerd! Het begon allemaal met een klein, fijn artikel van zijn hand dat maandag acht maart verscheen in de veelgelezen Leuvense studentenkrant Veto. Het ging over de revue van de Vlaamse Technische Kring. Het artikel vindt u hier en in lichtjes andere versie hier.
Diezelfde maandag ontving de redactie van Veto volgende reactie.
Maandag 1 maart, 20u00, de deuren van zaal Heliand in Lerkeveld gaan open voor het publiek en de zenuwen stijgen: "Zal revue 2010 in de smaak vallen?" Op onze regisseur na ben ik waarschijnlijk de meest zenuwachtige van alle medewerkers (de meeste VTK-lid, maar ook enkel industrieel ingenieurs en biomedische wetenschappers) . Alles (van script schrijven tot de belichting) wordt, met een beperkt budget, tot stand gebracht door studenten en de 61 revue-medewerkers steken sinds oktober zeer veel tijd in deze hobby in de hoop dat het uiteindelijke resultaat gesmaakt zal worden door het grote publiek.En revue 2010 blijkt een succes! Na de voorstelling horen we niets dan lof over "de regels van l'hopital". Zowel de burgies als de studenten van andere kringen delen complimentjes uit aan de hele crew. We polsen bij de niet-burgies ook even of ze de revue volledig verstonden en we krijgen een bevestigend antwoord, zelfs mijn Waalse kotgenootje heeft zich kostelijk geamuseerd. Ze vonden het "een schitterend spektakel, professioneler dan verwacht en heerlijk om in mee te gaan. Dat niet alle moppen verstaan worden is logisch, aangezien het de "VTK-revue" is. Maar de typetjes van de proffen op zich zijn al hilarisch, niet waar?"Slechts 1 man vond het blijkbaar niet de moeite waard en jammer genoeg is net die persoon de auteur van het artikel in de VETO. Nu waren we echter al op voorhand gewaarschuwd dat deze specifieke auteur wel vaker studentenactiviteiten nodeloos afbreekt om zijn ego te strelen en wisten we dus dat het artikel niet overdreven positief zou zijn, maar dit hadden we toch niet verwacht. De respectloze manier waarop hij onder andere onze meisjes bespreekt, duidt op enige frustratie en ook het doel van de VTK-revue ontgaat hem kennelijk: lachen met de proffen van de FIRW.Ik volgde dit jaar het keuzevak "organisational psychology" en daar las ik "Kelley's theory of Causal attribution": als "niemand anders klaagt" EN "deze persoon altijd klaagt op gelijkaardige activiteiten" EN "deze persoon klaagt ook in andere settings", dan is de oorzaak in die persoon zelf te zoeken. Ik ben natuurlijk geen specialist ter zake, maar als het vak me 1 ding geleerd heeft, is het dat de auteur van deze recensie zich dringend moet herbronnen vooraleer hij opnieuw de kans krijgt om zo'n recensie te publiceren. Laat een racist geen asielcentrum openhouden, laat Geert Janssen geen studentenactiviteiten recenseren. Indien gefundeerd, is het aan te raden kritisch te zijn, maar als jouw mening lijnrecht staat tegenover die van de rest, moet je je toch eens vragen stellen waar de fout ligt: bij de anderen of bij jezelf.De zenuwen zijn bedaard, revue was goed en ik verheug me op de komst van de VETO volgend jaar! We zullen jullie met open armen ontvangen en wat plaatsjes vrijhouden op de eerste rij!
Felix Godts
Geen onaardige reactie maar duidelijk meer gedreven door woede dan door iets anders. Vandaag verschijnt deze lezersbrief in Veto. Ik heb de man dinsdag negen maart volgende antwoord gestuurd.
Beste meneer Godts,
Lieve Felix,
In eerste instantie wil ik u bedanken voor uw reactie op mijn recensie van de revue van de Vlaamse Technische Kring. Bij Veto krijgen wij helaas weinig, al te weinig feedback van de barre buitenwereld.
Ten tweede wil ik graag iets dieper ingaan op uw reactie.
"61 revue-medewerkers steken sinds oktober zeer veel tijd in deze hobby,” schrijft u. Dat heb ik beaamd in mijn recensie. Ik omschreef de revue als “professioneel” en “een werk van liefde”.
“Revue 2010 blijkt een succes,” schrijft u. Ook dat is niet onopgemerkt aan mij voorbijgegaan. “De hele zaal lag (…) in een deuk.” U heeft misschien al gemerkt dat ik graag citeer uit eigen werk.
“Slechts 1 man vond het blijkbaar niet de moeite waard,” schrijft u. Spijtig dat u daarvan wakker ligt, meneer Godts. Als ik een revue zou organiseren en iedereen vond het de moeite waard op één iemand na, ik zou die ene iemand vrolijk negeren en mij ongegeneerd wentelen in zelfverheerlijking. Niemand houdt u tegen hetzelfde te doen.
U heeft het verder over de respectloze manier waarop ik jullie meisjes bespreek. Als die meisjes in korte rokjes suggestief dansen op Big Spender in de versie van Shirley Bassey dan ben ik het niet die hen tot lustobject verheft. Het andere meisje waar ik het over heb, saxofoniste Sophie omschrijf ik als “mooi”. Misschien staat er een verkeerde definitie van “respectloos” in mijn woordenboek.
Vervolgens beweert u dat ik “wel vaker studentenactiviteiten nodeloos afbreek om mijn ego te strelen.” Ik doe veel om mijn ego te strelen. Ik heb inderdaad al studentenactiviteiten afgebroken. Geen enkele keer nodeloos naar mijn inzien maar daar wil ik gerust over discussiëren. Aan de andere kant heb ik plenty studentenactiviteiten de hemel in geprezen. Al evenmin nodeloos. Omdat ze het verdienden.
U maakt een omwegje richting psychologie. Ik wist niet dat VTK de kring der psychologen was. Ik verzeker u wat mij al dan niet mankeert op dat vlak een zaak is tussen mijn psychologe en mij. Uw ongefundeerde speculaties slaan nergens op.
“Laat een racist geen asielcentrum openhouden, laat Geert Janssen geen studentenactiviteiten recenseren,” roept u. vormelijk een meer dan aardige slogan. Inhoudelijk een wel heel erg manke vergelijking. Ik verzeker u dat ik in de toekomst studentenactiviteiten zal blijven recenseren. Misschien open ik zelfs een asielcentrum. Gewoon omdat ik het kan.
Prettige dag verder,
Dat was het laatste dat we hebben gehoord van meneer Godts. Woensdag tien maart liep een tweede lezersbrief binnen.
Beste Veto,
Ik zou graag reageren als regisseur van de Revue van VTK op het artikel dat op 8 maart verscheen met als titel: “Tussen gapen en grinniken”. We beschouwen immers uw krant al jarenlang als een volwaardige bron van feedback over onze Revue en een evaluatie van onze prestaties. De artikels zijn meestal kwalitatief aanvaardbaar en altijd goed onderbouwd, althans tot nog toe.
We hebben de gewoonte om uw ploeg uit te nodigen op onze jaarlijkse show. Het gedrag van de door u gestuurde reporter bleek dit jaar echter misplaatst. Het vereist een reactie die ik niet geformuleerd had indien ik als enige geviseerd was, het gaat hier helaas over de vernedering van 60 vrijwilligers en ik kan deze aanloop tot polemiek niet toelaten.
Laten we ten eerste het artikel analyseren. De enige woorden die de voorstelling beschrijven zijn vervat in de komende twee zinnen: “De teksten waren flauw en voorspelbaar. Het spel was houterig op zeldzame uitschieters na.” We geven gemakkelijk toe dat we geen Shakespeare of Schiller zijn noch Sarah Bernhardt of Laurence Olivier. De overgrote meerderheid van het publiek apprecieerde echter de teksten en de personages en zoals de auteur zelf toegeeft: “De hele zaal lag hiermee in een deuk”. Verdienden we dan zulk een destructief artikel? De auteur had wellicht verkeerde verwachtingen over de stijl van het spektakel. We zijn een revue zoals onze naam al laat vermoeden.
De auteur verwijt ons amateurisme, vijandigheid ten opzichte van andere studentenkringen en een zekere aandacht aan het nabootsen van professoren. “Personages waren gebaseerd op professoren, inclusief catchphrases, onhebbelijkheden en vermoeiend pruikenwerk.” Het nabootsen van professoren is de kern van een revue en hij slaat de bal volledig mis als hij denkt dat we rancuneus zijn ten opzichte van Apolloon en Groep T. We lachen met hen omdat het publiek dit verwacht. Dit is ook het lot van politici, politie, pol en soc, religie, vrouwen, macho’s, sterren, gevangenis en al wat mogelijk misgaat in de maatschappij. We zijn een revue zoals onze naam al laat vermoeden.
In een altruïstische poging om de internationale vrouwendag op 08/03 te vieren zoals het hoort, is de auteur misschien overijverig geweest door een vierde van zijn artikel aan onze mooie vrouwen te wijden. Onder de rokken kijken is immers niet een van de meest elegante daden. De danseres van wie er sprake is in het artikel leek echter niet geïnteresseerd in het bekendmaken van haar identiteit ondanks de aanlokkelijke beloning die de auteur aanbiedt. Zou ze misschien van gedachten kunnen veranderen als de auteur een avond in zijn fantastische gezelschap zou beloven?
Ik moet wel een mooie inspanning van de auteur in de verf zetten: hij heeft een artikel kunnen schrijven zonder de revue integraal gezien te hebben. Het leggen van de setting is een langdradig proces. Wie zou een wijs oordeel kunnen vellen over Othello of Tosca nadat hij de eerste akte heeft gezien? Inderdaad, de auteur verliet de zaal na 60 minuten. Juist de tijd die nodig was om een handige quote op te vangen en het werk van 60 mensen de grond in te boren, één minuut per medewerker. Een obscure inleiding over het Romeinse rijk, een beschrijving van zijn rit naar "een niemandsland", een verwondering over het eerste vrouwelijke ondergoed dat de auteur zag en een artikel was klaar! Ah nee, waar blijft de inhoud? De verrassende scènes, de dansen, acteursprestaties en getalenteerde muzikanten werden verwaarloosd. De originaliteit van het tweede deel van Revue zal voor iedereen geheim blijven.
Het kwam erop neer dat de auteur het stuk niet verstond ondanks onze grote inspanningen om de grappen voor iedereen toegankelijk te maken door ze zo goed mogelijk te expliciteren. Blijkbaar waren de grappen en de titel VTK Revue nog niet genoeg in de verf gezet. De voorgangers van de auteur bleken daar nochtans niet zoveel last mee te hebben gehad, ik citeer Veto op 09/03/09: “De basis van Revue is een toneelstuk geschreven door en voor burgies. Hoofdrolspelers van dienst zijn parodieën op professoren, maar ook andere richtingen worden hun vet gegeven en wiskundige mopjes zijn legio. Laat je daardoor echter niet afschrikken. Het resultaat is veel meer dan een hoop insiders en ook als niet-burgies konden we alles perfect begrijpen.” Ten minste iemand die dat doorgrondt: we zijn een revue zoals onze naam al laat vermoeden.
Mogen we van Veto helaas niet meer verwachten dat ze ons, zoals in het verleden, deftige medewerkers sturen die een beetje werk in hun artikels steken, zowel structureel als inhoudelijk en stilistisch, en die het onderwerp waarover ze moeten schrijven in een juist kader plaatsen?
Servus humillimus spectaculi,
Hadrien Baudot, Regisseur van VTK Revue 2010
Deze reactie is van een heel ander kaliber. Rationeler, relevanter, minder woedend. Deze lezersbrief verschijnt vandaag in ingekorte vorm in Veto. Vrijdag twaalf maart heb ik er volgend antwoord op verstuurd.
Beste meneer Baudot,
Lieve Hadrien,
In eerste instantie wil ik u bedanken voor uw reactie op mijn recensie van de revue van de Vlaamse Technische Kring. Bij Veto krijgen wij helaas weinig, al te weinig feedback van de barre buitenwereld.
Ten tweede wil ik graag iets dieper ingaan op uw reactie.
U omschrijft Veto als een “volwaardige bron van feedback.” U lijkt dat enkel te vinden als Veto de revue positief bespreekt. Zo huldigt u mijn collega die de revue van vorig jaar recenseerde. Hij zal het graag horen. Het is simpel: ofwel is een Veto die volwaardige bron van feedback ofwel is ze het niet, los van specifieke gevallen.
U verwijt mij het viseren van mensen en een aanloop tot polemiek. Geen van twee stonden op mijn to do list toen ik de recensie schreef. Nergens heb ik individuele medewerkers negatief omschreven of beoordeeld. Aanloop tot polemiek durf ik mijn recensie zelf niet noemen maar dat u het doet streelt mijn ego.
U vraagt zich af of u “zulk een destructief artikel” verdiende als de hele zaal in een deuk lag. Mijn recensie vertolkte mijn mening, niet die van de rest van de zaal. Ik ben te weinig filosoof om te weten of objectiviteit bestaat. Ik vermoed echter dat objectiviteit in culturele voorkeuren niet mogelijk is. De gustibus non est disputandum, niet waar? U gebruikte zelf een Latijnse frase in uw reactie. Dat vond ik wel leuk.
Maar ik dwaal af. Mijn recensie vertolkte zoals gezegd mijn mening. Ik geef wel toe dat het gebruik van de eerste persoon meervoud, zoals Veto voorschrijft, deze nuancering misschien bemoeilijkt. Uw suggestie dat de revue een bepaalde recensie al dan niet “verdiende” schuif ik sowieso aan de kant. Een dergelijke houding ruikt naar partijdigheid. Ik ben veel maar niet partijdig.
“De auteur verwijt ons amateurisme, vijandigheid ten opzichte van andere studentenkringen en een zeker aandacht aan (sic.) het nabootsen van professoren,” schrijft u. Lieve Hadrien, ik verweet jullie niets. De opmerking over amateurisme was positief: “een werk van liefde”. De vijandigheid was een motief dat ik opmerkte. Het nabootsen van proffen dito.
Onder de rokken kijken vindt u geen elegante daad. Daarin heeft u vermoedelijk gelijk. Het was helaas onmogelijk naast de zwarte onderbroekjes van de dames in kwestie te kijken. Dat de danseres in kwestie haar identiteit niet aan mij wil bekendmaken verbaast mij niet. Ik wil eigenlijk haar identiteit ook helemaal niet weten. Hier moet u een onderscheid maken tussen de auteur en de ik-persoon (de wij-persoon in dit geval). Mijn letterkundige vrienden noemen dit principe intentional fallacy.
Dat ik na een uur ben vertrokken, geef ik toe al heb ik er geen spijt van. Opbouw is nodig maar maak die opbouw dan interessant. Ik weet niet of dat bij Othello en Posca zo is. Ik heb die stukken nooit gezien. Bovendien verkoos ik een bus terug naar de beschaving boven een wandeling door het koude niemandsland.
Tot slot vraagt u dat Veto in het vervolg “deftige medewerkers” stuurt.” Ik durf mezelf gerust een “deftige medewerker” van Veto te noemen. De hoofdredactrice beaamt dit. De hoofdredactrice is een schat.
Prettig dag verder,
De nacht van vrijdag op zaterdag dook het antwoord van Hadrien al op in Meneer Inbox.
Geachte Meneer Janssen,Ik heb Hadrien gisteren geantwoord.
Uit uw antwoord op onze lezersbrief heb ik begrepen dat er een groot betekenisverschil bestaat tussen uw intenties en wat u neerschrijft aangezien u uw artikel blijkbaar niet als een provocatie beschouwt. Uw aanhef laat ook blijken dat u graag reacties krijgt over de door u geschreven artikels. Aangezien de Revue van VTK gedaan is, heb ik wel tijd over en uw briefje heeft me vermaakt. Als intellectuele oefening zal ik dan antwoorden op uw argumenten. Laten we dan een wederzijds onbegrip verder verduidelijken.
U antwoordt dat ik Veto enkel als volwaardig beschouw indien de artikels positief zijn. Ik meen dit niet te hebben verklaard. Het is wel zo dat we vaak positieve recensies kregen in de Veto (en ook wel minder enthousiaste artikels) maar het blijven recensies en geen onverantwoorde lofredes. We zijn beiden aanbidders van feedback. U zult dan ook begrijpen dat ik een grote liefhebber van negatieve kritieken ben daar ze heel nuttig zijn voor een toekomstige verbetering voor zover ze onderbouwd zijn. Dat is helaas niet het geval in uw artikel. Er worden noch argumenten noch voorbeelden gegeven die een negatieve kritiek zouden kunnen ondersteunen.
U beschrijft zelf uw artikel als een recensie. Het is echter meer verwant aan een column en dit om twee redenen. Ten eerste, zoals aangehaald in de vorige alinea, het gebrek aan argumenten. Ten tweede uw zuiver spottende persoonlijke ervaringen. Als columnist zou ik u, denk ik, veel meer appreciëren. Het spijtige van de zaak is dat u wel in staat bent om aanvaardbare recensies te schrijven. Mijn ogen dwaalden een beetje af van het afbrekend artikel dat u over ons schreef en vonden een recensie waarvan u de auteur bent. Ze is wel positief maar toch goed onderbouwd en beschrijft de opvoering van Croizé in details (in feite geen slechte recensie als we abstractie maken van het leitmotiv van de auteur voor het “lekker grietje”). Bent u dan niet in staat om hetzelfde te doen voor iets dat bij u niet in de smaak valt?
“Ik vermoed echter dat objectiviteit in culturele voorkeuren niet mogelijk is.” U kunt volgens mij objectieve criteria leggen aan dewelke u het culturele evenement wenst te toetsen, de beoordeling ervan wordt dan wel aan uw subjectiviteit overgelaten. In ons specifiek geval kan het de kwaliteit van de teksten betreffen (een van de twee zaken die u aanhaalt over het stuk) alsook de spanning van het verhaal, originaliteit, humorstijl, enscenering,… Uw evaluatie van deze criteria is dan subjectief. Ik veronderstel zeker niet dat u subjectiviteit aan de kant zet, integendeel, maar ik verwacht wel een motivatie voor de aangehaalde puntjes, alleszins in een recensie.
Het “verdienen van dit artikel” sloeg op het feit dat u bepaalde parameters blijkbaar volledig negeerde door een overvloed aan bijvoeglijk naamwoorden en korte zinnen met negatieve connotaties te gebruiken. We weten allebei hoe een gepaste woordkeuze een bepaalde sfeer kan scheppen bij het lezen van een artikel en hoe twee inhoudelijk gelijke formuleringen kunnen verschillen in hun ervaring door de lezer (vb. “het werk van amateurs: een werk van liefde.” kan heel moeilijk als een compliment worden opgevat). Uw artikel is inhoudelijk arm omdat het amper handelt over zijn onderwerp en een uitweg zoekt in een inleiding die geen betrekking heeft op het verhaal (heeft u het gehad over het verval van de maatschappij of herhaling van het genre spektakel dat u voorgeschoteld werd in uw artikel?) en het feit dat de auteur rondkeek op zoek naar vrouwen. Dat er gelachen werd met professoren van de faculteit ingenieurswetenschappen en met andere kringen is weinig relevant aangezien het vervat zit in de titel VTK Revue maar het legt ten minste een verband met het onderwerp.
“Dat ik na een uur ben vertrokken, geef ik toe al heb ik er geen spijt van.” Dit is spijtig want we hadden Veto wel uitgenodigd en beschouwen uw vertrek halverwege de opvoering als een gebrek aan respect. Het verlaten van de zaal midden in de voorstelling maakt u ook niet geschikt voor het schrijven van een recensie over een stuk want we betreuren dat u door uw vertrek uw artikel niet heeft kunnen nuanceren.
“Opbouw is nodig maar maak die opbouw dan interessant.” U heeft daarin gelijk. Bij quasi ieder ab ovo toneelstuk is het begin beschrijvend en we hebben het nadeel dat we veel personages moeten introduceren. We kozen echter eerder voor een onschuldig begin en subtiele hints die aanleiding moesten geven tot plotse wendingen na de pauze om ze emfatisch te kunnen voorstellen. Het is een vaker gebruikt proces en de aandacht lag bijgevolg meer op de grappen in het eerste deel.
“Ik weet niet of dat bij Othello en Posca (sic.) zo is. Ik heb die stukken nooit gezien.” Dat is heel spijtig want het zijn klassiekers.
Over de danseres… “Ik wil eigenlijk haar identiteit ook helemaal niet weten.” Ik had uiteraard begrepen dat u niet van plan was haar identiteit te ontdekken. Een beetje ironie kan toch geen kwaad?
“Tot slot vraagt u dat Veto in het vervolg “deftige medewerkers” stuurt.” Ik durf mezelf gerust een “deftige medewerker” van Veto te noemen.” Ik heb u moeten beoordelen aan de hand van een artikel waar uw gebrek aan professionaliteit en uw inhoudelijke tekorten flagrant waren. In een ander context had ik deze uitspraak misschien niet geformuleerd. Uit uw antwoord op onze brief, lijkt u mij een veel interessantere persoon dan verwacht na het lezen van het controversieel artikel. U bemerkt dat ik deze zin als eerste heb weggehaald na het inkorten van de brief om aan de maximaal toegestane lengte van Veto-lezersbrieven te voldoen. Het heeft u blijkbaar gekwetst. Ik had niet op de man mogen spelen maar dit was het dan voor het emotionele gedeelte van mijn reactie.
Omdat u het blijkbaar leuk vindt, zal ik dan afsluiten met een Latijns citaat. Ik vind u immers sympathiek en zou niet kunnen verklaren waarom. Ira furor brevis est.
Hooggeacht,
Hadrien Baudot
Beste meneer Baudot,
Lieve Hadrien,
Dat was wel gênant. Dat ik u citeer met een sic.-je bij en u prompt hetzelfde doet bij mij. Dat zit zo. Ik zit midden in seizoen twee van de HBO-reeks Rome en daarin zit een personage dat Posca heet. Waar het hart van vol is, loopt het toetsenbord van over. Als ik ooit de kans krijg Othello of Tosca wel te zien, zal ik die aangrijpen met beide handen.
Ik ben blij dat u genoten heeft van mijn recensie van mevrouw Croizé. Ik zal verklappen dat het “lekkere grietje” in kwestie volledig fictief is. In realiteit was mijn gezelschap een langharige intellectueel. Uw aansluitende opmerkingen over recensie versus column zijn zeker relevant. Helaas biedt Veto geen mogelijkheid tot columns. Zelf beschouw ik het als een enigszins irrelevante kwestie van definities.
Anders gezegd: ik zou een column niet anders schrijven dan een recensie. Mijn uitgangspunt is doorgaans iets neer te pennen dat aangenaam is om te lezen. Dat is zeker in een Veto-context niet vanzelfsprekend. Onderwijs- of sociale kwesties hebben de neiging droog en saai te zijn. Ik denk dat ik bij mijn recensie van uw revue zeker in dat opzet geslaagd ben.
U gaat in uw recentste mail nog wat in op mijn recensie. “Inhoudelijk arm” is de frase die mij het meest opviel. Ik wil daar niet verder op in gaan. Ik respecteer uw mening en al bij al heeft deze discussie lang genoeg geduurd. Uw eerdere hoop dat Veto in het vervolg “deftige medewerkers” zou sturen, had ik zeker niet opgevat als een persoonlijke belediging.
Ik krijg graag reacties op mijn artikels, daarover geen twijfel. Ik vond de uwe heel interessant omdat ze verder gingen dan iemand die zijn frustraties van zich af schrijft. Uw collega Felix Bodts was helaas zo iemand. Het was mij zeer prettig met u van gedachten te wisselen. Helaas is de kwestie zo goed als verjaard. Morgen verschijnt een nieuwe Veto, morgen zijn er andere katten te geselen.
Ik beloof u dit: voor ik dood ga, kom ik minstens eenmaal naar de revue van VTK kijken en dan zit ik hem helemaal uit. Zelfs als er enkel lelijke mannen aan mee doen.
Cura ut valeas,
Ondertussen was er nog een derde lezersbrief toegekomen. De redactievergadering van Veto heeft besloten die niet te publiceren.
Beste Vetoredactie,Ik vermoed niet dat jullie veel brieven krijgen van lezers zoals ik, die al een hele tijd geen student meer zijn. Toch blijf ik graag op de hoogte van wat er beweegt binnen mijn oude universiteit, en daarvoor bestaat er geen beter medium dan Veto. Veto heeft namelijk artikels die meestal kwalitatief aanvaardbaar zijn.
Ik heb opgevangen dat er deze week behoorlijk wat commotie is ontstaan over het stuk dat uw cultuurjournalist - vergeef mij deze flexibiliteit in mijn woordkeuze - Geert Janssen heeft geschreven over de VTK Revue.
Het valt mij heel moeilijk om het voor Geert Janssen op te nemen. Ik ken hem als een luidruchtig en vuilgebekt man, die over alles een mening heeft en die te pas en vooral te onpas verkondigt. Hij kan geen geheimen bewaren, is vaak irritant opdringerig en zodra hij een discussie dreigt te verliezen, zoekt hij zijn toevlucht in drank en fysieke agressie.
Dit alles staat echter volledig los van zijn kwaliteiten als verslaggever. Toen ik het stuk las, kreeg ik op geen enkel moment de indruk dat Geert Janssen iemand persoonlijk, of zelfs professioneel, schade wilde berokkenen. Het stuk is een prima, zij het erg persoonlijk verslag van een avond waar de reporter zich duidelijk niet op zijn plaats voelde.
De medewerkers achter de VTK Revue hebben ongetwijfeld prachtig werk geleverd, dat enthousiast werd onthaald door hun doelgroep. Wat kunnen zij meer wensen, nietwaar? Deze voorstelling stond echter ook open voor toeschouwers die niét tot deze doelgroep behoorden, en ook deze mensen hebben recht om zich een mening te vormen. Ik kan mij perfect voorstellen dat in deze Revue enkel de danseressen de aandacht konden vasthouden van studenten die geen les krijgen van de neergezette professoren, of die de vele, ongetwijfeld dolkomische, inside jokes niet herkennen.
Het verbaast mij dat deze medewerkers zo kleinzerig reageren op commentaar van een bezoeker die zo overduidelijk niet binnen hun doelpubliek past. Een Revue als deze in elkaar boksen is een goede leerschool voor iedereen die een latere creatieve carrière ambieert, waar leren om te gaan met kritiek - zowel terecht als onterecht - een immens groot deel van uitmaakt.
Uw,
San F. Yezerskiy
Geachte meneer Yezerskiy,Eigenlijk hoop ik nu dat de hele kwestie achter de rug is.
Lieve San,
In eerste instantie wil ik u bedanken voor uw reactie op mijn recensie van de revue van de Vlaamse Technische Kring. Bij Veto krijgen wij helaas weinig, al te weinig feedback van de barre buitenwereld.
Ten tweede wil ik graag iets dieper ingaan op uw reactie.
U schrijf dat ik "luidruchtig en vuilgebekt" ben. Ik zou veel minder luidruchtig zijn als jij niet altijd wilde afspreken in cafés waar je moet schreeuwen om elkaar te verstaan. Ik zou veel minder vuilgebekt zijn als jij niet altijd smerige onderwerpen zou aanbrengen. Ik kan overigens wel geheimen bewaren. Ik heb je nooit verraden.
Verder suggereert u dat ik een drankprobleem heb. Die opmerking in particular vind ik smerig omdat u goed genoeg weet dat ik al meer dan twee weken volledig droog sta.
De rest van uw reactie bestaat uit uw mening en die kan ik niet aanvechten. Wel wil ik u danken voor uw steun.
Prettige dag verder,
2 reacties:
Nog antwoord gekregen:
"Lieve Geert Janssen,
Het is niet van mijn gewoonte om te reageren op een reactie op een reactie op een artikel. Discussies zijn tijdverlies. Tijd is het enige wat wij hebben.
Toch heb ik nog een paar kleine opmerkingen die onze goede relatie hopelijk kunnen herstellen:
Ik heb nergens gesuggereerd dat jij een drankprobleem hebt. Ik heb gezegd dat je in drank vlucht wanneer je niet de bovenhand kan halen in een gesprek.
Je bent een uitstekend debater. Ik ben blij dat je het deel over fysieke agressie in diezelfde zin niet ontkent.
Ik heb nergens gesuggereerd dat jij míj al verraden zou hebben. Iemand anders ongetwijfeld al wel. Of ik verwar je met Remy, dat kan ook. In dat geval: excuus.
Mag ik hieraan overigens nog toevoegen hoe enorm geweldig ik de Bond Zonder Naam spreuken vind? Waren zij meisjes, ik stortte er dadelijk mijn zoete zaad over uit.
Heb nog een fijne dag,
Uw,
San F. Yezerskiy"
Volgens mij is de reactie van San F. Yezerskiy nog de beste van allemaal. To the point: "Reageer toch niet zo gepikeerd op een hekelend artikel van iemand die daar duidelijk niet op zijn plaats was."
Ik denk dat de clue van alle wrevel binnen Revue op het volgende neerkwam: "Wat is het nut van een artikel waarin staat dat Geert Janssens de Revue niet goed vond?" Omdat je artikel in de VETO gepubliceerd wordt (niet enkel op je persoonlijke blog) lezen studenten dit als "VETO vindt de Revue saai". In een column is dat niet het geval.
Vergelijk het met HUMO die aan mijn bomma vraagt om een artikel over de Rock Rally te schrijven. De conclusie zal zijn: "Al die jeugd vond dat leuk, maar er waren geen stoeltjes voor mij om op te zitten. En ik hoorde er nix van, ik ben namelijk voor 90% doof. Het gaat toch bergaf met de wereld!"
Allemaal goed en wel dat mijn bomma dat vindt, maar zoiets zal HUMO niet publiceren. HUMO publiceert iets waar hun doelpubliek iets mee is. Tenzij als grappige column.
Uit de 1e bach burgie heb ik volgende dialoog opgevangen:
- "Artikel over VTK-Revue in de VETO gelezen?"
* "Ja. Ik snap er geen klop van. Da was toch goe?"
- "Ja, maar da's geschreven door iemand die al 8 jaar zijn diploma geschiedenis probeert te halen."
* "Ah..."
Conclusie: Een recensie schrijf je voor een bepaald doelpubliek. Als je denkt dat de modale student het stuk goed vindt, dan schrijf je dat het stuk goed is. Een belerende klaagzang over studenten die niet meer weten wat echte humor en cultuur is, dat hoort in een recensie niet thuis. En als je je niet meer kan inleven in 'de modale student', dan is het tijd om een andere job te zoeken.
Een reactie plaatsen