(Tekst van mijn lezing in het Amsterdamse Perdu op vrijdag 26 juni 2009. Riep uiteenlopende reactie op. "Onderhoudend, dat wel, maar niet je beste. En nogal irrelevant buiten het kader waarin je het ongetwijfeld moest plaatsen," aldus GW. "Het is een spreektekst blijkbaar, dus zal ik niks zeggen over cd met kleine letters en andere redactieshizz. Ik ben lief. Een betoog beginnen met een definitie uit Van Dale is al honderdduizend keer gedaan en héél gemakkelijk. Je stelling "definities zijn veel te meta" vind ik dan wel weer een hele goeie. Maar ik ben een vreemd knulletje. Je betoog is gek opgebouwd. Je begint ergens, halfweg stop je, je begint over iets anders, halfweg stop je. En dan plots heb je een heel goed einde, met een heel goede Arno quote, maar niemand weet hoe je daar bent geraakt. Je boodschap is er eentje om akkoord mee te gaan. Is het dat wat je wou? Of ook nog een kasteel en een gouden pony?" aldus San F. Yezerskiy. "Ik vond het echt een verbazend leuk stuk," aldus Big Nasty J.. Wie heeft er dan gelijk?)
Het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse taal, editie 2005 omschrijft “definitie” als “samenvattende omschrijving van de kenmerken van een begrip, zodat het niet met een ander verward kan worden”. Uiteraard is de definitie van “definitie” te meta om betrouwbaar te zijn. Dus zou ik deze piste al meteen willen verlaten en het lompe substantief “definitie” willen inruilen voor het veel frivolere adjectief “definitief”.
Volgens Georg Hegel is muziek de kunst van de ziel, rechtstreeks gericht op de ziel. Dat had hij goed gezien, de oude nicht. Zelf houd ik ook wel van muziek. Vroege gabber enzo. Laten we maar even op inzoomen op popmuziek. Ik ben ter slot van rekening een gewaardeerd popkenner.
Wat definitief is, is afgesloten, volledig, klaar, helder, duidelijk. Wat definitief is, had evengoed in een museum kunnen liggen, open en bloot tentoon gespreid voor een meute voyeuristische Japanse toeristen. In de popmuziek is het voorbeeld bij uitstek van iets definitiefs de verzamel-CD. Of neen, in de popmuziek wil de verzamel-CD het voorbeeld bij uitstek van iets definitiefs zijn. Ik kan u nu al verklappen dat de verzamel-CD daar zelden in slaagt. Dat de beste verzamel-CD’s daar ook niet in willen slagen.
Ik heb een goedkope, obscure verzamel-CD van Tom Jones waarop alle nummers crappy live-opnames zijn. Bedrog, oplichterij, voor de mensen te kloten. Maar eerlijk is eerlijk: eigen schuld dikke bult: waarom zou ik in Gods naam een CD van Tom Jones in huis moeten hebben?
Op Greatest Hits: My Prerogative van Britney Spears staan van de nummers (You Drive Me) Crazy en Boys enkel remixes. Wederom bedrog, zelfde schuifje als die live-opnames. Gelukkig heb ik My Prerogative niet in huis. Ik heb ook geen plannen om die nog in huis te halen. Een goede vriend van me heeft hem wel. Maar die bezoekt dan ook regelmatig een psycholoog. Maar het gaat om het principe.
Niet enkel Tom Jones, Britney Spears en andere oppervlakkige artiesten zijn schuldig aan dergelijk bedroog. Nemen we bijvoorbeeld Peaches: the Very Best of the Stranglers. Leuk hoesje. Alle hits lijken er op te staan. Genoeg niet-hits om interessant te zijn. Niet te duur. Mee naar huis nemen dus. Ik denk dat ik hem gekocht heb in de Free Record Shop in Brussel. Die Free Record Shop is er ondertussen niet meer. Dat gebouw is zelfs al gesloopt. Geen idee wat ze er nu mee gaan aanvangen.
Maar die CD dus. Het verraad slaat pas toe als blijkt dat (Get A) Grip (On Yourself) er in een remix uit 1989 op staat. 1989! Ik was toen verdomme vier jaar. Of vijf als ik al verjaard was, als je het optimistisch bekijkt. Ik ben muzieksnob genoeg om sowieso – ik zou bijna zeggen per definitie – het origineel te verkiezen. Hoe goed die remix ook moge zijn. Het origineel stamt uit 1977.
Om maar te zeggen dat zo’n verzamel-CD nooit definitief is. Ook al dragen ze dan namen as “the definitive collection”, “the greatest hits” of “the best of”. Zelfs de groten der groten ontsnappen niet aan dit soort muzikale geschiedenisvervalsing. Op 1962-1966 van the Beatles, beter bekend als De Rooie, staan enkel eigen nummers. Terwijl deze fabuleuze vier heren zeker in hun beginperiode plenty covers hebben gespeeld, opgenomen en uitgebracht.
Interessant wordt het pas als een artiest een dergelijke subjectiviteit expres gaat uitbuiten. Ik denk met name aan Decade, de legendarische driedubbel-LP waarmee Neil Young zijn eerste tien jaar als muzikant boekstaafde. Zes zijden pikzwart goud waarop grote hits verbroederen met obscure shizzle en onuitgebracht materiaal. Tegenwoordig te verkrijgen als dubbel-CD. Dat zijn dan twee zijden helder zilver waarop grote hits verbroederen met obscure shizzle en onuitgebracht materiaal. Van Neil Young is sinds een jaar of vijf ook een Greatest Hits te verkrijgen. Dat drie vierde van de nummers daarop ook al op Decade stonden zegt genoeg.
Neil Young heeft een haat-liefdeverhouding met dat soort compilaties. Zijn lang verwachte maar onlangs dan toch echt verschenen Archives-box kan dan ook gezien worden als een opgestoken middelvinger naar het definitieve. Een middelvinger die een echo vindt in Bob Dylans Bootleg Series die ondertussen ook al weer uit acht forse volumes bestaat, in totaal een vijftiental welgevulde CD’s.
Voor alle duidelijkheid, ik bezit die Archives en die Bootleg Series ook helemaal niet hoor. Ik ben maar een arme student. Zullen we hier toch maar uit concluderen dat “definitief” relatief is? Dat de discussie besloten kan worden in het nadeel van “the best of” van “the greatest hits”?
Of zoals Daan Stuyven onlangs in Humo stelde: “Ik heb wel het gevoel dat mijn beste werk nog moet komen, dat ik al heel veel omwegen heb gemaakt. Ik zou graag ooit een Best Of uitbrengen en die Omweg noemen.” Een andere Belg, onze nationale volksdichter Arno heeft iets soortgelijks voor. Ik citeer even uit de biografie Arno - Een Lach En Een Traan van Gilles Deleux uit 2007:
“Firmin Michiels mag op zijn hoofd gaan staan, Arno verandert niet van gedachten. Geen sprake van om de volgende plaat een best of, een greatest hits of wat dan ook te noemen. Na oeverloze palavers bereiken de zanger en zijn artistieke directeur toch een akkoord. De plaat zal Tracks From The Story heten. De titel is duidelijk genoeg om te begrijpen dat dit een compilatie is. En zo wordt netjes een benaming vermeden, die Arno beledigend vindt en in tegenspraak is met al wat hij tot hier toe heeft gedaan, gezegd en gedacht.”
Arno heeft gelijk. Daan heeft gelijk. Ik heb gelijk. Definitief is relatief.
Volgens Georg Hegel is muziek de kunst van de ziel, rechtstreeks gericht op de ziel. Dat had hij goed gezien, de oude nicht. Zelf houd ik ook wel van muziek. Vroege gabber enzo. Laten we maar even op inzoomen op popmuziek. Ik ben ter slot van rekening een gewaardeerd popkenner.
Wat definitief is, is afgesloten, volledig, klaar, helder, duidelijk. Wat definitief is, had evengoed in een museum kunnen liggen, open en bloot tentoon gespreid voor een meute voyeuristische Japanse toeristen. In de popmuziek is het voorbeeld bij uitstek van iets definitiefs de verzamel-CD. Of neen, in de popmuziek wil de verzamel-CD het voorbeeld bij uitstek van iets definitiefs zijn. Ik kan u nu al verklappen dat de verzamel-CD daar zelden in slaagt. Dat de beste verzamel-CD’s daar ook niet in willen slagen.
Ik heb een goedkope, obscure verzamel-CD van Tom Jones waarop alle nummers crappy live-opnames zijn. Bedrog, oplichterij, voor de mensen te kloten. Maar eerlijk is eerlijk: eigen schuld dikke bult: waarom zou ik in Gods naam een CD van Tom Jones in huis moeten hebben?
Op Greatest Hits: My Prerogative van Britney Spears staan van de nummers (You Drive Me) Crazy en Boys enkel remixes. Wederom bedrog, zelfde schuifje als die live-opnames. Gelukkig heb ik My Prerogative niet in huis. Ik heb ook geen plannen om die nog in huis te halen. Een goede vriend van me heeft hem wel. Maar die bezoekt dan ook regelmatig een psycholoog. Maar het gaat om het principe.
Niet enkel Tom Jones, Britney Spears en andere oppervlakkige artiesten zijn schuldig aan dergelijk bedroog. Nemen we bijvoorbeeld Peaches: the Very Best of the Stranglers. Leuk hoesje. Alle hits lijken er op te staan. Genoeg niet-hits om interessant te zijn. Niet te duur. Mee naar huis nemen dus. Ik denk dat ik hem gekocht heb in de Free Record Shop in Brussel. Die Free Record Shop is er ondertussen niet meer. Dat gebouw is zelfs al gesloopt. Geen idee wat ze er nu mee gaan aanvangen.
Maar die CD dus. Het verraad slaat pas toe als blijkt dat (Get A) Grip (On Yourself) er in een remix uit 1989 op staat. 1989! Ik was toen verdomme vier jaar. Of vijf als ik al verjaard was, als je het optimistisch bekijkt. Ik ben muzieksnob genoeg om sowieso – ik zou bijna zeggen per definitie – het origineel te verkiezen. Hoe goed die remix ook moge zijn. Het origineel stamt uit 1977.
Om maar te zeggen dat zo’n verzamel-CD nooit definitief is. Ook al dragen ze dan namen as “the definitive collection”, “the greatest hits” of “the best of”. Zelfs de groten der groten ontsnappen niet aan dit soort muzikale geschiedenisvervalsing. Op 1962-1966 van the Beatles, beter bekend als De Rooie, staan enkel eigen nummers. Terwijl deze fabuleuze vier heren zeker in hun beginperiode plenty covers hebben gespeeld, opgenomen en uitgebracht.
Interessant wordt het pas als een artiest een dergelijke subjectiviteit expres gaat uitbuiten. Ik denk met name aan Decade, de legendarische driedubbel-LP waarmee Neil Young zijn eerste tien jaar als muzikant boekstaafde. Zes zijden pikzwart goud waarop grote hits verbroederen met obscure shizzle en onuitgebracht materiaal. Tegenwoordig te verkrijgen als dubbel-CD. Dat zijn dan twee zijden helder zilver waarop grote hits verbroederen met obscure shizzle en onuitgebracht materiaal. Van Neil Young is sinds een jaar of vijf ook een Greatest Hits te verkrijgen. Dat drie vierde van de nummers daarop ook al op Decade stonden zegt genoeg.
Neil Young heeft een haat-liefdeverhouding met dat soort compilaties. Zijn lang verwachte maar onlangs dan toch echt verschenen Archives-box kan dan ook gezien worden als een opgestoken middelvinger naar het definitieve. Een middelvinger die een echo vindt in Bob Dylans Bootleg Series die ondertussen ook al weer uit acht forse volumes bestaat, in totaal een vijftiental welgevulde CD’s.
Voor alle duidelijkheid, ik bezit die Archives en die Bootleg Series ook helemaal niet hoor. Ik ben maar een arme student. Zullen we hier toch maar uit concluderen dat “definitief” relatief is? Dat de discussie besloten kan worden in het nadeel van “the best of” van “the greatest hits”?
Of zoals Daan Stuyven onlangs in Humo stelde: “Ik heb wel het gevoel dat mijn beste werk nog moet komen, dat ik al heel veel omwegen heb gemaakt. Ik zou graag ooit een Best Of uitbrengen en die Omweg noemen.” Een andere Belg, onze nationale volksdichter Arno heeft iets soortgelijks voor. Ik citeer even uit de biografie Arno - Een Lach En Een Traan van Gilles Deleux uit 2007:
“Firmin Michiels mag op zijn hoofd gaan staan, Arno verandert niet van gedachten. Geen sprake van om de volgende plaat een best of, een greatest hits of wat dan ook te noemen. Na oeverloze palavers bereiken de zanger en zijn artistieke directeur toch een akkoord. De plaat zal Tracks From The Story heten. De titel is duidelijk genoeg om te begrijpen dat dit een compilatie is. En zo wordt netjes een benaming vermeden, die Arno beledigend vindt en in tegenspraak is met al wat hij tot hier toe heeft gedaan, gezegd en gedacht.”
Arno heeft gelijk. Daan heeft gelijk. Ik heb gelijk. Definitief is relatief.

0 reacties:
Een reactie plaatsen