Neuzen
JQ: Ik vind het altijd leuk als een band doorgroeit naar iets mooier en iets groter. Wij werken heel vaak met eerste releases van een nog onbevangen band. Die hebben hoge verwachtingen maar zijn ook bereid er veel werk in te steken. Hoogtepunten benoemen vind ik moeilijk. Het is kiezen tussen mijn kindjes (lacht). Het is leuk om te merken hoe een band als Sedan Vault een weg heeft gevonden naar een breder publiek. Langs de andere kant is het ook leuk te merken dat bepaalde punk- en hardcorebands ondertussen een vaste waarde geworden zijn in de scene. Het leukste aan Funtime vind ik het gevoel dat alle neuzen in dezelfde richting staan. Een hechte, hardwerkende kliek.
GSS: Er wordt makkelijk gezegd dat Funtime een punklabel is maar jullie catalogus is veel breder dan dat. Wat is het meest atypische dat je ooit hebt uitgebracht?
JQ: We zijn inderdaad gestart vanuit punk en hardcore. Maar ik heb het zelf altijd heel breed gezien omdat ik zelf ook een brede muzieksmaak heb. Het is gevaarlijk jezelf te beperken tot smalle hokjes omdat er zoveel interessante dingen zijn. The Killbots zullen muzikaal gezien het minste in het referentiekader van Funtime passen. Zowel qua muziek als qua scene hebben die totaal geen uitstaans met punk en hardcore. Bands als Soon, Sedan Vault en Cornflames, die eigenlijk indierockbands zijn, hebben wel hun roots in punk en hardcore.
GSS: Zijn the Killbots nu officieel gestopt?
JQ: Ik ben daar zelf ook nog niet uit. Één van de zanger-gitaristen is gestopt. Ik denk dat het nog altijd in de fase van onbeslistheid zit. Ik heb hen zelf lang niet meer gezien. Een deel van de band is verhuisd naar Antwerpen en toestanden. Ik denk dat ze voorlopig gesplit zijn maar dat er hoop is.
GSS: Laat het ons hopen.
JQ: Ja, heel goede band. Shit happens zeker?
DownloadenGSS: Op die tien jaar Funtime is de platenverkoop gekelderd door illegaal downloaden.
JQ: Toen wij begonnen zijn was dat ook al aan de gang. Als independent label hebben wij het voordeel dat wij te maken hebben met muziekliefhebbers. Die zijn toegewijd en volgen alles nauwgezet op. Anderzijds, hadden wij twintig jaar geleden de status – om een lelijk woord te gebruiken – gehad van nu, dan hadden we wellicht wel meer units verzet. Voorlopig hebben wij niet te klagen. Het is voor mij geen fulltime job dus ik ben niet gebonden aan het financiële aspect. Er moeten natuurlijk wel genoeg inkomsten zijn om te kunnen werken met nieuwe bands. Ik denk wel dat het illegale downloaden ook zijn gevolgen heeft voor kleinere labels. Twaalf tot veertien jaar geleden ging er van een CD gemakkelijker drieduizend stuks over de toonbank. Waar het er nu vijftienhonderd à tweeduizend zijn van een gelijkaardige band. Wij houden onze releases goedkoop zodat je eigenlijk op iTunes evenveel betaalt als hier in de winkel. Wij hebben geen releases die in de winkel achttien of negentien euro kosten. Veel van onze releases worden ook verkocht via iTunes maar dat is verwaarloosbaar. Als kids de keuze hebben tussen twintig illegale downloadlinks, waarom zouden ze dat dan via iTunes kopen? Kids die nu opgroeien, zijn natuurlijk vertrouwd met muziek op de computer zetten. Er is in Frankrijk een voorstel om illegale downloaders te bestraffen. Dat zou moeten gebeuren via de operatoren zoals Telenet. Die zouden dan een controlesysteem moeten opzetten en hun abonnees die illegaal downloaden blokkeren. Maar ik kan mij moeilijk inbeelden dat een commercieel bedrijf zijn eigen abonnees gaat afsluiten. Plus: wie gaat dat weer controleren? Ik denk persoonlijk dat er niet echt veel aan te doen is. Er is een mentaliteitsverandering nodig maar iedereen weet hoe moeilijk dat is voor dingen die veel belangrijker zijn dan muziek. Jongeren zijn het referentiekader van een CD of een vinylplaat kwijt, muziek hoort bij de computer. Het is dweilen met de kraan open. De enige mogelijkheid is internet platleggen (lacht). Dat lijkt me een zeer onrealistisch gegeven. Ik begrijp de frustraties bij artiesten. Het is een belangrijke inkomensbron die verloren gaat. Niet voor niets doen artiesten tegenwoordig drie maal per jaar een bepaald land aan. Vroeger was je al blij als je die één keer aan het werk kon zien, vaak dan nog op een festival. Nu doen ze in het voorjaar de clubs, ’s zomers de festivals en in het najaar nog eens de clubs. Mensen die van hun muziek leven, moeten het verlies aan platenverkoop ergens goedmaken.
GSS: uit acties als Ram Sabam of No Songs No Fun blijkt bovendien dat de muziekindustrie langs alle kanten wordt aangevallen of in vraag gesteld.
JQ: Ram Sabam was een apart gegeven. Ik ben voor auteursrechten maar niet voor de manier waarop Sabam ermee omgaat. Ik vind Sabam als auteursrechtenvereniging veel te ondoorzichtig en vaag. Concurrentie zou niet slecht zijn, andere auteursrechtenverenigingen op de markt.
Schenen
JQ: Ik kan jammer genoeg geen instrument bespelen. Zanglijnen en teksten doe ik wel.
GSS: Gebruik je een ander aanpak qua teksten voor de twee groepen?
JQ: Het loopt soms wat dooreen. Aanvankelijk hadden wij bij PN redelijk wat maatschappijkritische teksten. Maar we zijn zowel geëvolueerd naar meer… Ja, “poëtisch” is een groot woord, ik zou mezelf geen dichter durven noemen. Het is gewoon persoonlijker en abstracter geworden. Homer vertrekt dan meestal vanuit een irritatie om wat er gebeurt in het brede geheel van de wereld. Ik ben wel nooit echt een preker geweest, ik hoef mijn visie niet aan iemand op te dringen. Ik probeer die maatschappijkritische teksten meer vanuit een persoonlijk oogpunt te schrijven. Ik vind het leuker als de tekst inspireert om zelf na te denken in plaats van Rage Against The Machine-gewijs dogma’s in de mensen hun gezicht te smijten.
GSS: In beide groepen speel je met je broer Bert Quinten. In de rock & roll-geschiedenis is dat zowat het klassieke patroon om ruzie te maken.
JQ: Dat valt goed mee. Wij kunnen heel goed tegen elkaar zeggen dat iets rommel is. Wij zijn totaal niet snel op de tenen getrapt. Ik denk dat er voordelen zitten aan met een familielid in een band spelen. Het is moeilijker om tegen een vriend te zeggen: “Die rif is waardeloos.” Terwijl er bij broers meestal al van kleins af aan een traditie is van tegen de schenen schoppen. Bij ons zorgt het dus niet voor problemen, het is eerder constructief.
GSS: PN heb ik nog maar één keer gezien maar Homer vaker. Daarbij valt op dat jullie vaak spelen voor een publiek dat een stuk jonger is dan jullie zelf. Zijn jullie de enige groep van jullie generatie die nog bestaat of hoe komt dat?
JQ: Er zijn wel bands die nog bestaan maar die zijn minder actief. Punkrock heeft op zich natuurlijk wel een publiek van jongeren. Wat we nu met PN doen, is misschien te eclectisch om een groot jong publiek aan te spreken. Jongeren hebben graag duidelijke categorieën en zijn vaak heel erg bedreven in één bepaalde scene. Ik denk soms wel eens: hm, het zou bijna mijn zoon kunnen zijn. Met Homer spreken we steeds nieuwer generaties aan, jonge kids van veertien-vijftien jaar. Het is geen bewust keuze dus ik stoor me er ook niet aan. Het cliché zegt dat het ons ook jong houdt.
GSS: Ik merk ook dat je een groot moreel gezag hebt, een soort godfather van de Leuvense punk scene.
JQ: Ze gebruiken dat soms maar ik hoor dat zelf niet graag (lacht). Ik ben niet zo voor het leaders and followers-principe. Het komt natuurlijk ook omdat ik al jaren actief ben en al veel ervaring heb. Ik ben op verschillende vlakken actief: het label, de bands, concerten organiseren. Ik hoor soms van mensen dat ze het leuk vinden dat ik er nog altijd zo passioneel mee bezig ben. Ik probeer mensen die daar om vragen ook altijd wel te helpen.
GSS: Volgende week gaat Homer op tour in Italië.
JQ: Met jonge kids (lacht)!
GSS: Ik vraag me vaak af hoe ik me dat moet voorstellen. Spelen voor halflege cafés? Een veredelde vakantie?
JQ: Valt wel mee. Het hangt er vanaf hoe je het aanpakt natuurlijk. Met Homer hebben we twee keer getourd in Portugal, in het voorprogramma van een Portugese band. We spelen dan natuurlijk niet in de plaatselijke AB maar meestal is er wel een opkomst van honderd à honderdvijftig mensen. Het is natuurlijk voor een stuk ook vakantie want muziek is ons beroep niet. Puur economisch bekeken is dat een break even-operatie. Om in zo’n landen iets meer op te bouwen, moet je er regelmatig terug gaan spelen. Wat niet zo makkelijk is, zeker niet als je al wat ouder bent. Touren is op zich een heel arbeidsintensieve bezigheid. Bands als Rentokill zijn ondertussen doorgegroeid naar een grotere status maar die touren vijf maanden per jaar. Wat nefast is voor het beroepsleven. Dat is een keuze die je als band moet maken.
KinderenGSS: Je zegt dat jullie op tour niet in de plaatselijke AB spelen maar binnenkort is er wel een Funtime Labelnight in de enige, echte AB. Is dat een vorm van erkenning door het establishment, om maar eens een vuil woord te gebruiken?
JQ: Ja. De laatste jaren zijn we met Funtime wel uit het vakje van punk en hardcore gebroken met bands als Soon en Sedan Vault. Maar ook door veel promo te maken en hard te werken. Dan merk je ook dat zalen als Trix, de Muziekodroom of de Nijdrop dat opmerken en om initiatieven ondersteunen. De AB is voor mij persoonlijk toch wel de rocktempel van België. Dat zij geïnteresseerd zijn, betekent voor mij wel veel.
GSS: Ik was heel verrast toen ik hoorde dat je vier kinderen hebt. Weten ze wat papa doet?
JQ: Ze weten het maar niet om te zeggen dat ze er wild enthousiast over zijn. Mijn oudste dochter is ondertussen elf en gaat volgend jaar naar het middelbaar. Zij luistert wel naar punkrock maar dan heb ik het over Nailpin en Fall Out Boy. Ze is verder meer bezig met Lady Gaga, Kate Perry en aanverwanten.
GSS: Dat mag van jou?
JQ: Natuurlijk. Ik ga haar zeker niks opdringen want dan gaat ze zich daartegen verzetten. Mijn kinderen zijn totaal niet gechoqueerd als ze metal of hardcore horen. Ze zijn dat gewend. Ze zien schreeuwen niet als iets evil. Als je sommige kleine kinderen death metal zou laten horen, zouden ze bang worden. Mijn kinderen denken gewoon: er is weer iemand aan het schreeuwen (lacht). Mijn jongste dochter zei gisteren nog: “Ga je je stem weer kapot schreeuwen volgende week?”
GSS: Gaat je dat doen?
JQ: Nee, dat zou een worst case scenario zijn.
GSS: Het valt wel op dat je na een optreden er fysiek helemaal doorheen zit.
JQ: Het eerste half uur na een optreden is altijd total breakdown. Dan ben ik kapot. Ik smijt mij ook wel volledig. Op het podium bestaat er niks anders dan de muziek. Het is bijna therapeutisch: alles eruit smijten. Ik ben dan achteraf wel even leeg maar ook weer opgeladen door de adrenaline. Als we ’s nachts nog een behoorlijk stuk moeten rijden, ben ik altijd de chauffeur. Mijn vrouw vraag soms of dat niet gevaarlijk is maar na een concert ben ik altijd zo opgeladen dat ik onmogelijk in slaap kan vallen.
